formats

Zo blij!

Published on April 24, 2017 by

 Ik ben zo blij, zo blij, … en de rest van dit onvergetelijke carnavalslied zal ik jullie best besparen. Maar het is wel zo. Ik heb gisteren voor het eerst in 5 weken nogmaals over het uur kunnen lopen. Dat stelt niet zo veel voor en dat weet ik ook maar na een winter hard werken, word je van niets meer moedeloos als het krijgen van een blessure vlak voor het seizoen voor de deur staat. De bike en run van maart was dus nefast voor mijn achillespees. Het heeft me vijf dagen gekost om terug zonder, min of meer, pijn te stappen, laat staat enkele weken om te kunnen lopen.

En dan ben je een ganse winter bezig om uit je comfortzone te stappen, jezelf te pijnigen op training en vooral de snelheid op te krikken. Diezelfde bike en run wees nochtans uit dat mijn aanpak gewerkt had. Nooit liep ik sneller een 10km als die dag, weliswaar met de hulp van mijn kompaan, maar ik voelde dat die wel lekker liep. Nu, komende maandag start het nieuwe seizoen. En ik heb iets recht te zetten na vorig jaar. Al was het maar om voor mezelf te bewijzen dat ik nog steeds loon naar werken krijg. De motor doet het nog, ik krijg alleen steeds meer blutsen in mijn carrosserie!

Ik heb het in het verleden nog gezegd, als jezelf systematisch toelegt op iets dan zal het resultaat zeker komen. Ik heb me rustig en kalm voorbereid op het seizoen. Maar de winter was verre van ideaal. Van november tot januari geen meter gezwommen en ook nu nog begint mijn schouder op te spelen na een 1500-tal meter. Maar ik kan de trainingen al afmaken! Het fietsen is zowat het enige dat dit taaie lijf het beste aankan en nu de looptrainingen terug kunnen starten, kan ik misschien, met het nodige geduld, nog wel iets maken van dit seizoen.

Ik kijk uit naar maandag. Traditioneel starten we met het BK Ploegentriatlon en dit jaar is gewoon de ambitie om Belgisch kampioen bij de veteranen te worden. Niks meer en niks minder. We hebben een sterke ploeg in de breedte en ik ga er vanuit dat dat nu net het verschil maakt met de concurrentie. Als mijn tenen er niet afvriezen en dan zal het knallen worden!

 
 Share on Facebook Share on Twitter Share on Reddit Share on LinkedIn
No Comments  comments 
formats

Zelfpijniging

Published on March 16, 2017 by

Ik moet toegeven dat ik best wat nerveus rondliep afgelopen week. Een “bike en run” stond voor de eerste keer op mijn programma en ik wist echt niet wat ik er van moest verwachten. Mijn ‘partner in crime’ is sowieso een sterkere loper dan ikzelf dus ook daar kon ik al niet meteen mezelf mee geruststellen. Het concept is makkelijk: je loopt de ziel uit je lijf en wanneer dat niet meer lukt, vraag je aan je partner om even over te nemen zodat je kan uitrusten op de fiets terwijl hij al lopend hetzelfde doet. Doe dit maal 30, neem dat “je ziel uit je lijf lopen” redelijk letterlijk en weet dat de tijd op de fiets meestal te kort is om te recupereren en je weet dat dit niet meteen een aangename belevenis is. Wel een uitstekende training trouwens.

Enkele minuten voor de start sta ik nog rustig onnozel te doen met enkele clubgenoten. In mijn handigheid stap ik van een dorpel en sla ei zo na mijn voet om. Ik voel niks dus da’s een meevaller. Pieter-Jan komt als een raket in de massa op me afgestormd. Vrij indrukwekkend moet ik toegeven. Vooral ook omdat ik me in een zwerm mieren lijk te bevinden waar de über-mieren me voorbij komen gestormd. PJ liep me bijna voorbij maar ik ga als een speer achter de groep aan en merk al na 100m dat dat misschien niet meteen zo’n goed idee was. We wisselen snel en handig en na een keer of 10 beginnen we stilaan wat afscheiding te krijgen van onze rechtstreekse tegenstanders. Dit mede door een tussenversnelling van Pieter-Jan waardoor we op kop komen van een 4-tal koppels. De übers zijn reeds uit ons gezichtsveld verdwenen.

Mijn achillespees begint te zeuren. De wissels verlopen steeds vlotter en vlotter. We nemen stilaan 50m en 50m wordt stilaan 100m. Vlotte wissels op die ene na waar ik met één hand naast mijn stuur grijp waardoor mijn fiets iets wat scheef onder me door glijdt alsook mijn rechter teelbal richting linker keelgat met een fiets die de struiken induikt. Dit is een pijnlijke situatie. Ik vraag aan PJ om zijn beurt iets langer te maken. De man lijkt in mijn ogen op dat moment een echt loopwonder. Hij coacht en stuurt. Ik laat me leiden en tracht de, ondertussen, pijn in mijn achillespees te verbijten.

Mijn mindset is niet meer gericht op juiste houding, controle van de ademhaling en voeten niet omslaan maar wel op die ambetante pees. Ik loop de laatste 5km echt met stekende pijn en lijk bij regelmaat door mijn voet te zakken. Ik haal het in de sprint op het strand van het koppel dat nog stevig terugkwam. We ronden de race af op een 5de plaats. De 4 duo’s voor ons zijn gemiddeld 20 tot 30 jaar jonger. We staan dus mooi te blinken in de uitslag. Ik ben tevreden met de keuze van mijn partner want ik deed wel mijn ding maar hij was nog een pak sterker dan ikzelf. Ik ben tevreden over de vorm want de stukken die ik liep “zat er echt wel snee op”. Maar mijn achillespees is 5 dagen later nog steeds een probleem. Gewoon pijnloos stappen lukt bijna maar van lopen is de komende dagen zeker nog geen sprake. Jammer want ondanks het constant diep gaan, is dit echt wel een leuke manier van afzien. Een aanrader dus, ook hier mijn dank aan PJ, voor wie wat van zelfpijniging houdt!

 
 Share on Facebook Share on Twitter Share on Reddit Share on LinkedIn
Comments Off  comments 
formats

Keerpunt

Published on February 6, 2017 by

 Dat het er zat aan te komen dat stond in de sterren geschreven. Mijn lichaam takelt af en dat van mijn zoon zie je elke dag sterker worden. Het is nooit mijn sterkste kant geweest om 5km keihard te knallen maar om eerlijk te zijn, had ik het liever nog wel een seizoen uitgesteld. Slaag krijgen van je zoon van 14 jaar is eerder een vreemde ervaring. Je weet dat het er zit aan te komen, je ziet de progressie die die gasten maken, je ziet dat lichaam groeien en toch blijf je in je zelf geloven als atleet.

Die jonge gast heeft me zeer gedaan. Starten en direct volle bak lopen, pffffff, nooit in mijn carrière heb ik het gevoel gehad dat mijn lichaam dat absorbeerde zoals het moest. Tijdens de race slaagde ik er nog in van het gat van een 50-tal meter terug toe te lopen. Even had ik zelf de moed om proberen er van weg te lopen, maar als die gasten zo’n tussenversnelling doen, is mijn turbo nog niet genoeg op toerental om mee te kunnen. Ik kwam uiteindelijk een 20-tal meter te kort om hem voor te zijn.
Eigenlijk ben ik ontzettend trots. Vorige week kwam hij nog thuis met een zwemtijd op 400m die ik zelf in mijn beste dagen nooit zwom. Mij rest alleen de fiets. Van oorsprong mijn sterkste discipline.

Maar zoals ik al zei blijft er vooral een gevoel van trots over. Die jonge man werkt hard, loopt mooi en heeft tijdens het sporten een keikop. Met andere woorden alles zoals het moet zijn. Als hij nu rustig blijft werken, veel snelheid traint en er vooral veel goesting blijft in hebben, dan gaat hij nog mooie resultaten boeken. God, wat ben ik trots op mijne kleine !

 
 Share on Facebook Share on Twitter Share on Reddit Share on LinkedIn
Comments Off  comments 
formats

Amphiman Boom

Published on October 7, 2016 by

Het is fantastisch als je het seizoen mooi kan afsluiten. Het geeft je een gerust gevoel voor de winter. Je kan in stilte toewerken naar komend seizoen en het geeft je een gevoel van innerlijke rust. De Amphiman in Boom was nochtans een stevige afsluiter maar we waren aanvankelijk zonder veel ambitie gestart en hebben met veel overtuiging maar vooral plezier een mooi resultaat neergezet. Het is fijn om dit met een echte maat te kunnen doen. Eentje waar je altijd op kan rekenen, die je voortstuwt, behoudt voor domigheden en intoomt wanneer je te hard van stapel loopt. Ik zou misschien in de toekomst eens kunnen proberen om alle wedstrijden te doen met Peter aan mij zijde?

We waren behouden gestart in de eerste run van 400m en doken als 20ste koppel het eerste zwemonderdeel in. We kwamen nadien onmiddellijk als 7de aan land. De Amphiman is een erg leuke formule waar het in de eerste plaats op aan komt om de juiste partner te kiezen. Zowel in het lopen als in het zwemmen, benaderen Peter en ik elkaar erg kort. Daarnaast zijn we ook beiden erg “Pietje precies” in het gebruik van de juiste materialen en het snel wisselen en gebruiken van die dingen. Vermist lopen en zwemmen elkaar kort opvolgen, is dit één van de sleutels van ons mooie resultaat. Gezien onze gevorderde leeftijd, zijn we verre van snel maar beide doorzetters en keikoppen. Gelukkig niet tegen elkaar.

Het zag er nochtans plotseling erg precair uit. Peter schoof weg op een plastieken flap die een afvoerbuis bedekte. Hij belandde met de heup op een scherpe, uitstekende pin. Ik hoorde een gil en toen ik me omdraaide en hem zag liggen, was mijn eerste gedacht niet zo zeer “game over” maar wel hoe krijgen we die in godsnaam van deze godverlaten plek ongeschonden en pijnloos weg naar een ziekenhuis. Gelukkige stond hij kermend recht en begon terug te wandelen. Ik dacht nochtans in eerste instantie dat zijn rug gebroken was. Zelden heb ik me zoveel zorgen hoeven te maken om iemand. Dit zag er aanvankelijk erg slecht uit.

Een volgend moment in de race, zullen vele atleten zich nog lang herinneren. Na het zwemmen van een mooie 300m kwamen we plots veel korter op koppel 6, 5 en 4. Gek want die bleken echt wel sterker dan wij. Toen ik op 20m van de kant was genaderd en de andere atleten zowat kon aanraken, begreep ik onze plotse inhaalbeweging. Iedereen kwam letterkijk vast te zitten in een hoop ontketend wier. Na heel wat zwoeg en zwier werk, kwam ik geen stap dichter bij de kant. Koel blijven, dat was de eerste boodschap. Achter ons braken de eerste paniekerige kreten uit. Ik bleef zelf op zoek naar de beste manier om de kant te halen. Plat op het water gaan drijven, nadat je je van alle wier ontdaan had, en aan de oppervlakte proberen water te verplaatsen, bleek uiteindelijk de beste manier. We zwommen op de eerste helft ongeveer 5’, we worstelen op de laatste 20m ongeveer 7’.

Alles bij elkaar blijft het een fantastische ervaring. Je voelt je bij momenten één met de natuur, je voelt er meer respect voor en wordt er vanzelf ‘zen’ van. Ik kon de eerste drie dagen wel niet behoorlijk van de trap, maar dat neem ik er zeer graag bij. En nu de winter in met minimum een weekje rust. Da’s ook weeral een drietal jaar geleden. Verschillende kleine kwetsuurtjes sluimeren door mijn lijf. Mijn hoofd staat er ook niet meer naar. Ondanks de geweldige afsluiter is het tijd voor wat anders. Mijn gezin moet dringend wat voorrang krijgen!

 
Tags:
 Share on Facebook Share on Twitter Share on Reddit Share on LinkedIn
Comments Off  comments 
formats

Kleine jongensdroom

Published on September 20, 2016 by

Met heel veel jaloezie kijk ik elk jaar weer naar de ploegentijdritten in Giro, Tour en Vuelta. De blinkende bolides, het radarwerk, het precieze moment van overname en de overgave van de renners die ze rijden, dat leek me altijd de ultieme ervaring van het rijden met een fiets. Toen ik een Facebookpost kreeg van Redbull Kop over kop, twijfelde ik geen moment. Enkele gelijkgestemde zielen verzamelen en knallen maar. Totdat je de kleine lettertjes van het reglement gaat te lezen.

De kopman rijdt in totaal 100 km waarvan 17 km solo, vervolgens komt de Stoemper erbij. Dat leek me wel iets voor mijn maatje Ben. Een krachtpatser, op de fiets dan toch, van het zuiverste soort, die je uit de wind zet zoals het hoort. Op km 36 krijg je de Klimmer erbij. Mijn maatje Hans had de week ervoor net meer dan 3 machtige cols bedwongen in een epische race en leek me hiervoor de geschikte man. Vervolgens komt op 57 km de Meesterknecht erbij. Ik dacht zo, op Jurgen kan ik altijd rekenen. Hij deed dit met glans. En tenslotte mochten we op km 72 van de diensten van de Sprinter genieten. Pieter-Jan leek me hiervoor de geschikte man. Tot zover de theorie.

In praktijk is dit iets gecompliceerder, zo bleek achteraf. Mijn strijdershart besliste om de eerste 17km voluit te gaan. Ik mocht immers als kopman de volgende 83km in de wielen blijven zitten. De overname van Ben was zoals ik had verwacht, erg krachtig. Het parcours daarentegen was eerder ééntje voor BMX’rs. Constant draaien en keren op veel te smalle wegen met opstaande randen en seingevers die hun werk niet deden. Levensgevaarlijk. Ik had Ben en zijn brede rug goed ingeschat, alleen was die brede rug een serieuze belemmering van mijn zicht. Bij zowat elke bocht of versmalling ging ik te stevig in de remmen omdat ik zowat nooit wist wat er ging komen. Maw elke keer een gat toerijden van zo’n 2 à 3 meter aan een snelheid van rond de 45km/u. Ik maande Ben tot kalmte aan.

Het werd tijd om weer wat vers vlees in de kuip te smijten. Onze overname op punt twee was … niet zo vlekkeloos. Hans was gretig en reed iets te ver vooruit. We reden terug en ook Hans kwam terug op zijn tellen zodat we toch gegroepeerd verder konden. Hans voelde zich hierover een beetje … ambetant en wilde, net als bij de overname van Ben, “tijd goedmaken”. Opnieuw een krachtige rijder, opnieuw met brede maar deze keer ook hoge rug die mijn zicht nog meer belemmerde. En dat betekende dus opnieuw gaten toerijden na zowat elke bocht. Gaten die door mijn eigen onhandigheid en slecht zicht geproduceerd werden! Na zo’n keer of 30 diezelfde 2 tot 3 meter te hebben toegereden aan opnieuw meer dan 45km/u begon ik het lastig te krijgen. Ik dacht zo bij mezelf om al af en toe eens wat langer in het wiel te blijven zitten zodat ik wat kon bekomen. Het draaien en keren, de putten in het asfalt en de vele typische Hollandse steentjes en kasseien in de dorpen deden er geen goed aan. Ik begon letterlijk sterren te zien. Mijn benzine was op hoewel ik reeds verschillende keren bijgetankt had.  Mijn fysieke toestand speelde me, voor de zoveelste keer dit seizoen, parten.

Dan nog maar eens tijd voor wat vers vlees. Ik dacht: dit is ok want nu heb ik drie brede ruggen om me achter te verschuilen. Maar meteen nog minder zicht op de zaak. Bij momenten zag ik amper het achterwiel van mijn voorganger. Wel heel veel sterren aan de hemel. Mijn suikertekort was van dien aard dat ik amper door had dat de sprinter er was bijgekomen, dat ik nog later de bochten, kasseien en putten zag. Het was bij momenten gewoon gevaarlijk voor mij en wellicht ook voor mijn kompanen. Ik werd vooruit geduwd (soms zelfs letterlijk), aangemoedigd, uit de wind gezet, vooruit geschreeuwd en kreeg aanwijzigingen bij de vleet. Man dat was een harde noot om te kraken.

Maar de laatste 5km kwam ik er plots weer door. Ik genoot van het vlammen in groep en van het fantastische gezelschap dat me gangmaakte. Moeilijke momenten moet je delen met maten. De pinten die we dronken nadien zeker ook. De Nederlandse schlagers des te meer. Dit is voor herhaling vatbaar. De kopman moet volgend jaar sterker zijn maar misschien vooral slimmer en dus meer kopman. De laatste 50 km zijn als minder frisse renner, echt niet van de poes. Je strijdt precies niet met gelijke wapens. De anderen hebben de ganse rit steeds dat extraatje meer. Een kleine jongensdroom kwam uit. Maar het heeft wel wat voeten in de aarde gehad.

 
 Share on Facebook Share on Twitter Share on Reddit Share on LinkedIn
Comments Off  comments 
© Copyright Bart Thijs 2012
credit