formats

Kleine jongensdroom

Published on September 20, 2016 by

Met heel veel jaloezie kijk ik elk jaar weer naar de ploegentijdritten in Giro, Tour en Vuelta. De blinkende bolides, het radarwerk, het precieze moment van overname en de overgave van de renners die ze rijden, dat leek me altijd de ultieme ervaring van het rijden met een fiets. Toen ik een Facebookpost kreeg van Redbull Kop over kop, twijfelde ik geen moment. Enkele gelijkgestemde zielen verzamelen en knallen maar. Totdat je de kleine lettertjes van het reglement gaat te lezen.

De kopman rijdt in totaal 100 km waarvan 17 km solo, vervolgens komt de Stoemper erbij. Dat leek me wel iets voor mijn maatje Ben. Een krachtpatser, op de fiets dan toch, van het zuiverste soort, die je uit de wind zet zoals het hoort. Op km 36 krijg je de Klimmer erbij. Mijn maatje Hans had de week ervoor net meer dan 3 machtige cols bedwongen in een epische race en leek me hiervoor de geschikte man. Vervolgens komt op 57 km de Meesterknecht erbij. Ik dacht zo, op Jurgen kan ik altijd rekenen. Hij deed dit met glans. En tenslotte mochten we op km 72 van de diensten van de Sprinter genieten. Pieter-Jan leek me hiervoor de geschikte man. Tot zover de theorie.

In praktijk is dit iets gecompliceerder, zo bleek achteraf. Mijn strijdershart besliste om de eerste 17km voluit te gaan. Ik mocht immers als kopman de volgende 83km in de wielen blijven zitten. De overname van Ben was zoals ik had verwacht, erg krachtig. Het parcours daarentegen was eerder ééntje voor BMX’rs. Constant draaien en keren op veel te smalle wegen met opstaande randen en seingevers die hun werk niet deden. Levensgevaarlijk. Ik had Ben en zijn brede rug goed ingeschat, alleen was die brede rug een serieuze belemmering van mijn zicht. Bij zowat elke bocht of versmalling ging ik te stevig in de remmen omdat ik zowat nooit wist wat er ging komen. Maw elke keer een gat toerijden van zo’n 2 à 3 meter aan een snelheid van rond de 45km/u. Ik maande Ben tot kalmte aan.

Het werd tijd om weer wat vers vlees in de kuip te smijten. Onze overname op punt twee was … niet zo vlekkeloos. Hans was gretig en reed iets te ver vooruit. We reden terug en ook Hans kwam terug op zijn tellen zodat we toch gegroepeerd verder konden. Hans voelde zich hierover een beetje … ambetant en wilde, net als bij de overname van Ben, “tijd goedmaken”. Opnieuw een krachtige rijder, opnieuw met brede maar deze keer ook hoge rug die mijn zicht nog meer belemmerde. En dat betekende dus opnieuw gaten toerijden na zowat elke bocht. Gaten die door mijn eigen onhandigheid en slecht zicht geproduceerd werden! Na zo’n keer of 30 diezelfde 2 tot 3 meter te hebben toegereden aan opnieuw meer dan 45km/u begon ik het lastig te krijgen. Ik dacht zo bij mezelf om al af en toe eens wat langer in het wiel te blijven zitten zodat ik wat kon bekomen. Het draaien en keren, de putten in het asfalt en de vele typische Hollandse steentjes en kasseien in de dorpen deden er geen goed aan. Ik begon letterlijk sterren te zien. Mijn benzine was op hoewel ik reeds verschillende keren bijgetankt had.  Mijn fysieke toestand speelde me, voor de zoveelste keer dit seizoen, parten.

Dan nog maar eens tijd voor wat vers vlees. Ik dacht: dit is ok want nu heb ik drie brede ruggen om me achter te verschuilen. Maar meteen nog minder zicht op de zaak. Bij momenten zag ik amper het achterwiel van mijn voorganger. Wel heel veel sterren aan de hemel. Mijn suikertekort was van dien aard dat ik amper door had dat de sprinter er was bijgekomen, dat ik nog later de bochten, kasseien en putten zag. Het was bij momenten gewoon gevaarlijk voor mij en wellicht ook voor mijn kompanen. Ik werd vooruit geduwd (soms zelfs letterlijk), aangemoedigd, uit de wind gezet, vooruit geschreeuwd en kreeg aanwijzigingen bij de vleet. Man dat was een harde noot om te kraken.

Maar de laatste 5km kwam ik er plots weer door. Ik genoot van het vlammen in groep en van het fantastische gezelschap dat me gangmaakte. Moeilijke momenten moet je delen met maten. De pinten die we dronken nadien zeker ook. De Nederlandse schlagers des te meer. Dit is voor herhaling vatbaar. De kopman moet volgend jaar sterker zijn maar misschien vooral slimmer en dus meer kopman. De laatste 50 km zijn als minder frisse renner, echt niet van de poes. Je strijdt precies niet met gelijke wapens. De anderen hebben de ganse rit steeds dat extraatje meer. Een kleine jongensdroom kwam uit. Maar het heeft wel wat voeten in de aarde gehad.

 
 Share on Facebook Share on Twitter Share on Reddit Share on LinkedIn
Comments Off on Kleine jongensdroom  comments 
formats

Overwinningsdrang

Published on September 7, 2016 by

Het is vreemd maar ik verlang deze keer niet naar het einde van het seizoen. Ik heb constant het gevoel dat het werk niet af is. Mijn laatste triatlon van het seizoen in Keulen was meer dan prima. Ik had terug een goed gevoel en voelde me bij momenten sterk. Terzelfdertijd had ik serieuze maagproblemen en merk ik dat mijn maag toch kieskeuriger is geworden op wat ik binnen neem. Bepaalde merken van voeding gaan allesbehalve vlot binnen, maar eens zo vlot weer naar buiten. Over de race kunnen we uitgebreid napraten maar het belangrijkste is dat mijn lichaam dan toch in staat is om prestaties te leveren. Ik was er bang voor. Het speelde ook door mijn hoofd voor de race. Ik was onzeker in de outcome en had vooral geen zin om met mijn bek weer tegen de muur te gaan.

In tegenstelling tot vorig jaar was ik er maar van uitgegaan dat ik kans maakte om de wedstrijd naar mijn hand te zetten. Tegelijk met die gedachte probeerde ik vooral met de voetjes op de grond te blijven want tot dan toe had ik geen enkele, op Viersel na dan, deftige race afgeleverd. Na 400m had ik al het geluk een groepje zwemmers voor me te hebben. Ik nestelde me dan ook aangenaam in de voeten. De latere winnares bij de dames had het niet zo begrepen op mijn aanwezigheid en omdat ‘the catfight ‘me stilaan de keel uithing, heb ik me dan maar op kop van het groepje gelegd. Het tempo zakte sowieso. Aan het keerpunt ging de man naast me na de eerste boei onmiddellijk terug richting finish. De verleiding was groot maar ik heb dan toch maar de vooropgestelde boei een 20-tal meter verder eerst gerond. Met 4 man of vrouw in de voeten zet ik als tweede voet aan wal. De shortcut had de man zo’n 30” opgeleverd. Och ja, we zien wel wat het fietsen zou opleveren!

Waar ik normaal de eerste 20km zo wat de kat uit de boom kijk om te sparen voor wat komen moet, werd ik zo goed als onmiddellijk voorbij gesneld door twee atleten. Eerst dacht ik nog dat ze zichzelf zouden opblazen maar aan de fietstijden achteraf te zien, kreeg ik alvast van één van hen zo’n 10’ aan de broek. Sterk gereden dus. De organisatie vond het nodig om het parcours aan te passen na klachten over het wegdek. Wel het is een eenvoudig parcours: men rijdt een autosnelweg op, komt langs de zelfde weg terug, rijdt een kleine lus en herhaalt hetzelfde procedé aan de overzijde. Saai, saai saai. Dat was een tegenvaller. Gelukkig zorgde het weer voor meer variatie. Miezer bij de start en een wegdek dat spiegelglad lag. Zowat de helft van de starters moet onderuit zijn gegaan. Bochten in volle afdaling tegen 10km/u maken niet meteen snelle tijden. Daarna vol zon en de warmte die op je nek valt, maar met bochten die je tegen volle snelheid kan invliegen. En als dessert een onweer met hagel en rukwinden. Zo’n 5cm water op het wegdek is voor mij de ideale spontane rem om de bochten opnieuw op wandeltempo te nemen.  Met een derde fietstijd ben ik wel tevreden. Maar met het feit dat ik recht gebleven ben nog veel meer!

Het eerste deel van de run is origineel. Je start met 3km plassen springen om het dan op te geven en bij het terugkomen over te gaan tot plassen lopen. Ik had al snel door dat mijn eind stek vastlag en dring vanaf km 8 niet meer aan. De benen zijn stram en op de beelden die ik achteraf te zien krijg, ben ik eerder een gans die over de lijn waggelt dan een atleet die over de lijn loopt. Met een vierde looptijd en vierde eindplaats ben ik toch tevreden. De drie voor mij, zo verneem ik achteraf, moeten binnen 4weken vol aan de bak in Kona en zijn al zo goed als in bloedvorm.  Maar vooral mijn lijf werkt weer maar ik moet enkel de voeding weer wat beter fine tunen om nog sterker te presteren. Misschien is het dat laatste dat nu maar eens uit mijn dikke vette hoofd moet verdwijnen. Die laatste 6km waren fun. Gewoon al omdat het tempo niet moordend aanvoelde maar daar net onder zat. Het gevoel in je race is daardoor gewoon fijner. Ik heb altijd de gewoonte om tot aan het gaatje te gaan. Misschien is het tijd om die tijd nu eens achter mij te laten. Gezien het verloop van het seizoen was mijn grootste overwinning vooral deze niet-overwinning in Keulen, maar wel het feit dat ik mijn atletenlijf, goesting en zin in races terug heb gevonden. Nog een ploegentijdrit en Amphiman te gaan. Ik weet zeker dat ik van start tot finish met een glimlach op mijn gezicht zal rondrijden/-lopen. Dat zal dan misschien wat trager zijn, maar genieten om te mogen en vooral kunnen racen, zal ik!

 
 Share on Facebook Share on Twitter Share on Reddit Share on LinkedIn
Comments Off on Overwinningsdrang  comments 
formats

Eindelijk! Eindelijk! Eindelijk!

Published on August 29, 2016 by

Eindelijk eens een goede race geproduceerd. Eindelijk met een goed gevoel van de fiets gestapt. Eindelijk met een tevreden gevoel over de meet gelopen. In de vorige races was ik eerder een tinnen soldaatje in plaats van een ijzeren man. Je begint hoe langer hoe meer te geloven dat alle inspanningen die je op trainingen jezelf oplegt, voor niks zijn geweest. Het vreet aan je zelfvertrouwen en dat was in de race ook meteen merkbaar. Bij het zwemmen compleet mijn start gemist omdat ik op de verkeerde plaats lag en me liet wegdrummen. Nadien een blok van drie tragere zwemmers voor me die me belette mijn normale tempo te zwemmen. Dat ze toch eens allemaal op hun plaats gaan liggen volgens hun ‘eigen’ zwemniveau! Dan toch nog als 25ste uit het water. Het had beter gekund maar ik zie achteraf dat ik beter gezwommen heb dan de atleten van het zelfde niveau en veel tijd verloor heb op de ‘echte’ zwemmers in het pak.

En dan een hilarisch slapstick moment: om de één of andere reden, kies ik ervoor om twee opstaptechnieken met elkaar te combineren. Je voet op je pedaal willen zetten terwijl je je been al springend over je zadel zwaait en dan op dat laatste moment beslist om dat niet te doen, was geen goed idee. Ik lig onmiddellijk weer naast mijn fiets. Eén schoen ernaast, de ketting eraf en een bebloede voet en schouder. De adrenaline spuit wel uit mijn oren en ik beslis die dan maar te gebruiken op de fiets. Als ik de tuimelperte van mijn fietstijd aftrek, moet ik zowat de tweede fietstijd gerealiseerd hebben. Beter dus dan de uiteindelijk top 5 van de hele race. Ik kom glimlachend van mijn, gelukkig niet gehavende, ros. Vooral de laatste 2 km waren fijn. Ik zag nog een groepje van drie atleten rijden en dacht waarom er niet meteen op en er over. Ze waren lichtelijk verschoten! Ik kom als 4de van de fiets. Mijn race kan niet meer stuk.

De eerste 3km van het lopen, moet ik bekomen van mijn fietsnummer. Te enthousiast, te veel adrenaline, te veel power. Eindelijk nog eens! De warmte valt me ondertussen op mijn nek. Atleet na atleet snellen me voorbij maar toch kan het me weinig deren. Mijn zoont(je) Balte doet een fantastische job door me keer op keer water te geven wanneer nodig. Ik krijg ook regelmatig water toegestoken van Benny. Met hem heb ik al menig duel uitgevochten maar vandaag staat hij aan mijn kant. Ik ben blij dat hij er is. Een rechtstreekse concurrent die een makker wordt! De warmte heeft me nooit echt gelegen en brengt mijn, al beperkte loopkwaliteiten, nog zo’n 10-15% naar beneden. Ik sluit af met een degelijk loopnummer en haal nog een 14de plaats. Na alle miserie van de afgelopen maanden slaagde mijn lichaam er nog eens in om 2u op niveau te functioneren. Dit doet me meer deugd dan welk podiumplaats of wat dan ook. Dat ik eindelijk het gevoel heb dat triatlonnen en de bijhorende races nog mogelijk is. Dat ik weer plezier kan vinden in het ding dat ik al zo lang, zo graag doe. Ik voel me terug atleet en geen patiënt meer. Nog even uitstellen dat pensioen dus!

 
 Share on Facebook Share on Twitter Share on Reddit Share on LinkedIn
Comments Off on Eindelijk! Eindelijk! Eindelijk!  comments 
formats

Challenge Roth – en wat vooraf ging….

Published on August 2, 2016 by

Door mijn vakantie aansluitend op mijn race in Roth te nemen heb ik ongeveer twee weken kunnen kauwen op deze tekst. Al 100x heb ik hem in mijn hoofd herschreven maar ik ben vooral blij dat mijn vingers nu eindelijk hun lusten op het toetsenbord kunnen botvieren. Schrijven betekent voor mij loslaten. Het is een mooie uitlaatklep en ik raad het aan iedereen aan! De bedoeling was een miniverslagje te voorzien maar ik vrees nu al dat het anders zal uitdraaien. Ik voorzie een soap in drie delen. Ik hoop mijn lijdensweg met enkele leuke anekdotes te kunnen doorspekken, de lezer in mijn hoofd te laten kruipen en hopelijk een inspiratiebron te kunnen zijn. Dat laatste moet met de nodige kanttekening worden bekeken!

Op exact 4 april om 18u werd ik als patiënt met een “Spastisch colon” gediagnosticeerd. Mezelf patiënt noemen vond ik er zwaar over. Een persoon met spastische darmen die, meestal onder stress, wat extra beweging veroorzaken waardoor de stoelgang iets te vlot gaat, vond ik beter uitgedrukt. De arts raadde me aan om elke dag één Immodium te nemen om mijn diarree aanvallen te controleren. Tot zover de redenering voor een doorsnee persoon. Ik voelde me tot dan toe wel een atleet hoor, die op zijn minst gezegd, trainde voor een toch wel stevig en erg langdurige inspanning.
Elke dag een medicijn nemen, nee dat zag ik niet zitten dus ik probeerde periodes zonder. Soms met succes maar soms ook met heel wat minder succes. Je loopt letterlijk en figuurlijk leeg. Ik kan het gevoel nog het best omschrijven als de laatste 6u voor je met griep zit. Die uren voor de griep doorbreekt, voel je jezelf loom en je lijf doet zeer op plaatsen waar er precies iets sluimert of waar je vroeger breuken of ontstekingen hebt gehad. Ik bespaar jullie hierbij de ruime opsomming. Je hebt dus zin in niets meer maar vooral je sleept jezelf voort. Trainen is dan uitgesloten en ik kan je verzekeren doe je het toch, dan is dat zeker geen aanrader!

De laatste twee echte trainingen waren fantastisch. Ik liep tijden en trapte wattages die ik in jaren al niet meer voor elkaar kreeg. Ik droomde van een super prestatie en was vooral trots op me zelf dat ik me op slechts 3 maanden tijd zo goed had kunnen klaarstomen. Om progressie te maken moet je uit je comfortzone komen. Dat had ik, tijdens mijn goede dagen (lees: diarree vrije dagen) althans, meer dan één keer gedaan! Maandag avond echter een diarree aanval. Ik maak me geen zorgen. Ook dinsdag draait alles nog zoals het hoort. Ik voel me wel nog iets te moe. Nog 4 dagen rust voor de boeg dus geen zorgen. Woensdag en donderdag voel ik me een vod. Ik dacht dat ik een atleet was die gewoon meer rust nodig had. De diarree was immers al geruime tijd onder controle en ik zag mezelf al van bij de start geen “patiënt”. Ik kort de trainingen en het aantal versnellingen in. Dat ik misschien weer patiënt was kwam niet echt in me op en ik had ook geen zin om geconstipeerd aan de race te beginnen. Foute beslissing weet ik nu achteraf. De lijdensweg begint daar al. De twijfel en het mentale spel ook! Ik vertrek vol twijfels en met een lichaam op halve kracht richting Roth.

 
 Share on Facebook Share on Twitter Share on Reddit Share on LinkedIn
Comments Off on Challenge Roth – en wat vooraf ging….  comments 
formats

Challenge Roth – the moment of truth

Published on August 2, 2016 by

Erg vreemd of vervreemd loop ik rond in de wisselzone. Met 8 clubgenoten staan we aan de start maar ik vind niemand. Ik maak ondertussen een Portugese vriend die naast me staat met zijn fiets en me vraagt hoe hij zijn helm, bril, truitje, … en zo verder moet hangen. Hij toont me de 94 mogelijkheden maar hier heb ik echt geen zin in. Ik vraag hem om van plaats te wisselen want zoals hij het voorstelt, kost het me erg veel moeite om zijn warboel niet van zijn fiets te stoten. Hij bedankt hiervoor vriendelijk maar ik wens hem veel succes en laat hem in zijn verdere denkproces. Uiteindelijk loop ik toch enkele SP&O’rs tegen het lijf en wens ze allemaal veel succes. “Genieten jongens, vergeet vooral niet te genieten van je race!” Ik sta zelf te daveren op mijn benen maar probeer dat even te vergeten door de ‘rookies’ te coachen. Ik weet niet wat ik moet verwachten. Ik ben in goede vorm maar voelde me gisteren nog slapjes. Die twijfel hou ik voor mezelf.

Het startschot gaat en ik vertrek precies als een stier met een rode lap voor zijn ogen. Ik geniet niet maar vecht een robbertje uit met enkele andere atleten. Het water moet zo’n 100m breed zijn maar toch liggen ze graag boven op mij. Ik weet niet wat hun echte bedoelingen zijn maar na enkele schopjes en wat elleboogjes, slaag ik er in om wat te versnellen en uit de mensenzee los te komen. Ik kom stilaan in mijn ritme maar die eerste 500m heeft krachten gekost die ik liever in de laatste loopkilometers nog over had gehad. Na het keerpunt zet ik me zo snel mogelijk rechts. In de wandelgangen had ik opgevangen dat de stroming tegen de zijkant meer in het voordeel zou staan. Ik vind zelfs een lijn getekend op de bodem op 1m van de kant en kom nu echt op cruisesnelheid. Het zwemmen loopt vlotjes. Ik geniet nu wel en ontdek dat de luchtballonnen opgestegen zijn, dat de volgende wave voor heel wat extra deining in het water zorgt, dat een uitzinnige menigte boven op de brug staat en dat de vechtersbazen van bij de start nu in mijn voeten liggen. Mijn pret kan niet op. De laatste honderden meters voel ik me plots harken. Zwemtechnisch loopt het niet vlot en ik lig opnieuw met dezelfde mensen te wringen. Dit kost opnieuw krachten die ik hier niet wil verspelen. Na een dik uur zet ik voet aan wal. Niet slecht maar ook niet echt goed. Mijn race kan nu pas echt beginnen!

Ik ontmoet opnieuw mijn Portugese vriend. Hij is in gevecht met zijn truitje, helm, bril, … en alles valt op de grond zoals ik hem gezegd had. Nadat hij zijn eerste arm in een mouw wist te steken ben ik reeds ribbedebie! Mijn vurigste fans (Balte, Ben, Kevin en Tim) staan in de eerste bocht. Ik zwaai even en voor het eerst verschijnt er een glimlach op mijn gezicht. Zeker als een beetje verder mijn hevigste fans (Diede en mijn ega) staan te roepen. Ik voel me in mijn sas. De eerste kilometers word ik voorbij gevlogen door meerdere atleten. Ze vinden het ook nodig om dat wiel in wiel te doen. Hier doe ik niet aan mee en laat me rustig in mijn ritme komen. Het is niet hier dat je tijd wint maar later wel zal verliezen. Ik krijg gelijk want na 30km zie ik ongeveer 7 atleten hun straf uitzitten in de voorziene tent. Ik glimlach opnieuw want weet dat na hun tijdstraf van 4′ ze ook nog een km extra mogen lopen.

Het is tijd om aan te zetten. De benen vinden dat niet. Ik blijf zo’n 10watt onder de voorziene wattages maar de benen voelen alsof ik maximaal fiets. Dit is niet ok. Bij de eerst helling word ik opnieuw voorbij gereden door de atleten die ik net passeerde. Mijn volgende gelleke kauw ik naar binnen. Ik denk “nu al?”. Ik voel geen power en moet op elke hellende strook veel te veel terug schakelen. We zijn pas 20km ver? Mijn maag doet pijn en het voelt alsof ik mijn volgende banaan en gel met verpakking naar binnen slik. Nog steeds geen energie. Ik geef een eerste keer over. Dit betekent nog minder energie. Ik word nog steeds voorbij gereden door veel atleten. Dit is niet meer normaal. Ik trap amper 200watt. Dat is zo’n 30 – 40watt minder dan wat ik op training vlot en uren rond duwde. Het lijkt wel alsof er iemand aan mijn zadel hangt. Ik maak me zorgen. Solarberg opklauteren en genieten. Ik glimlach opnieuw. De uitzinnige massa doet je letterlijk en figuurlijk in een tunnel verdwijnen. Eens boven voel ik dat mijn velg de grond raakt. Lek achteraan, dat verklaart al iets! Ik begin aan de herstelling maar het voorziene schuim heeft nog te weinig druk om door het ventiel te stromen. Dan maar wat lucht bijvoegen en hopen dat het houdt. Ik krijg ondertussen een drinkbus naar mijn hoofd geslingerd. De man in kwestie komt zich na de race excuseren. Grappig want ik wist eigenlijk tijdens de race niet eens wie het was. Ik start terug met fietsen op een half lekke band. 100m verder staat een EHBO-post. Ik heb ondertussen reeds een uur barstende hoofdpijn. Ik krijg geen medicijnen want die mogen enkel door artsen worden gegeven. Dan maar weer verder. Weer 100m verder is een bikeshop. De mensen fiksen mijn tube en ik kan weer verder. De glimlach is weer ver te zoeken. Ik verdwijn verder in mijn negatieve spiraal.

Na 90km kom ik opnieuw mijn vurigste fans tegen. Ik zie het niet meer zitten maar voel me niet ziek genoeg om op te geven. Ik weet van 2014 wat dat pas echt met je mentale toestand als atleet doet. Ze overtuigen me om door te zetten. Ik zie de ontgoocheling op het gezicht van mijn zoon. Zijn gezicht zegt: “toch weer niet opnieuw zoals in 2014?” Ik besluit om puur op uithoudingstempo verder te rijden. Ik haal amper nog 180watt en krijg amper nog iets binnen, geef nog 3x over en maak nog enkele bezoekjes aan de aanwezige Toi Toi’s om mijn darmen de vrij loop te laten. Eindelijk een arts die net aan het inpakken is na een ernstig ongeval. Ik krijg, na een kleine discussie in mijn beste Duits, twee Ibobrufen’s en voel me na een kwartiertje iets beter. Ik rijd opnieuw lek. Ik heb ondertussen dus al zo’n 8x voet aan grond gezet. Het negatieve proces herhaalt zich keer op keer en ik blijk ook steeds minder lucht binnen te krijgen. Dit is niet het fietsnummer waarop ik had gehoopt.

Ik had met mijn ega afgesproken op km 4. Om haar niet ongeruster te maken, ik zat reeds een uur boven mijn normale tijden, besluit ik om toch zeker tot daar te lopen. De dame die me assisteert in de wisselzone haalt alles uit de kast om me zo snel en zo goed mogelijk te helpen. Ik stel haar gerust. Ik heb zeeën van tijd en ben alles behalve gehaast! De eerste kilometers lopen vlot. Ik ben verbaasd dat het zo soepel loopt. Na een tweetal kilometer kruis ik Frodeno. Ik was echter geen concurrentie voor hem vandaag. Hij zit op 4 km van de eindstreep en het lijkt alsof hij in zijn eerste kilometer van zijn zondag loopje zit. Niets aftekening op het gezicht, geen spatje verval, hij lijkt amper te ademen? Tja, het lijkt niet eerlijk verdeeld vandaag!

Ik houd halt bij mijn twee hevigste supporters. Beiden kijken me bezorgd aan. Van zodra ik stil sta voel ik me wel ok. Na een tiental minuten gezaag van mijn kant, overleg en flauwe grapjes, besluit ik dan toch maar aan te zetten voor de 18km. Ik loop weer vlot en haal Steven B bij. Ik zie dat hij aan het worstelen is. Ik tracht hem te coachen en verwacht van hem dat hij niet wandelt. Na 12km de volgende Toi Toi bezocht. Doet deugd op zo’n moment! Ik wandel buiten en Steven komt aangelopen. We steunen elkaar in deze moeilijke momenten. Toch moet ik hem na enkele km weer laten gaan. Ik ben leeg. Ik krijg amper lucht en loop nog zo’n 9km/u. De wandelpartijen tussenin worden steeds langer. Mijn vurigste supporters doen alsof ik de race van mijn leven aan het lopen ben. Ik moet er eigenlijk om glimlachen en houd iets verder opnieuw halt bij mijn ega. Mijn dochter is zichtbaar ontgoocheld. Ze kapt water over mijn hoofd zoals afgesproken en overhandigt me de resterende gellekes. Bij het aanzicht van de verpakking alleen al moet ik kokhalzen. Opnieuw overleg, opnieuw alles afwegen en opnieuw vertrek ik voor het volgende deel. Ik ben nog steeds lucide in het hoofd en dat doet mijn madam besluiten dat het misschien wel ok is om door te zetten.

Mijn middenrif zit volledig geblokkeerd. Ik krijg geen lucht. Loop een 100-tal meter aan 7km/u en moet dan noodgedwongen stappen. Zo gaat het door tot km 38. Ik zal en moet de finish halen. Op mijn hart na, laten het zowat alle lichaamsfuncties het stilaan afweten. Ik lijk wel de kerncentrale van Tihange. Een eerste alarm was de vermoeide armen, vervolgens de maag, dan weer diarree, dan hoofdpijn, dan het middenrif, hyperventilatie, … All systems shut down! Hoe minder lichaamsfuncties het nog deden, hoe sterker de wil werd om die finish te halen.

Op km 38 komt mijn maatje Ronny aangelopen. Hij moet constant inhouden en kan best veel beter dan mijn tempo maar wil me helpen de finish te halen. Eeuwig dank Ronny! De mensen in het centrum van Roth zijn al lang naar huis. De enkelingen zijn dolenthousiast om ons te zien. Ze supporteren alsof we een wereldrecord aan het vestigen zijn. Ik kijk Ronny aan en samen slikken we de eerste waterlanders weg. De laatste 150m tracht ik te lopen, hand in hand met Ronny en mijn dochtertje. Ik haal de finish, de T-shirt, mijn medaille, het bierglas, de oorkonde en laat de tranen lopen. Dit zal een tijd nazinderen!

 
 Share on Facebook Share on Twitter Share on Reddit Share on LinkedIn
Comments Off on Challenge Roth – the moment of truth  comments 
© Copyright Bart Thijs 2012
credit